De bruine krullebol

De bruine krullebol

Door Frida Olsen

 

Honden hebben we altijd gehad, en gedurende ons huwelijk meestal twee tegelijk. Als dan één van die honden doodgaat, is dat niet alleen voor ons intens verdrietig, maar voor de overgebleven hond kan dat een ramp zijn, zo ook voor onze Suzanne.
Ze was, na een half jaar asiel, bij ons gekomen. Samen met haar vriendje Carlos, die na vier heerlijke maanden helaas plotseling dood ging. Nu Carlos er niet meer was, had Suus nergens meer zin in, wilde niet spelen en at slecht.... ze miste Carlos zo erg.

 

 

We gingen met Suus weer naar de hondenopvang. Daar was het juist speeluurtje, een veld vol met spelende honden.
Ineens kwam daar een dikke, bruine krullebol naar Suus gerend.
Hij was ongelooflijk dik, op vier korte poten, met een brede kop, grote oren die dansten bij elke pas en een staart die parmantig in een krul omhoogstond. Zo een hond hadden we nog nooit gezien. Onze gedachte was... wat een vreemd uitgevallen mixje, hij zag er eigenlijk niet uit! Maar hij was zo enthousiast en erg lief voor onze Suus.
Ook Suzanne was meteen heel erg blij en ze waren echt niet meer bij elkaar weg te halen...  dus... de bruine krullebol ging met ons mee naar huis en... als herinnering aan onze eerder gestorven hond, noemden we deze krullebol dan ook Carlos.

Na weken van kammen, wassen, fatsoeneren en veel wandelen, kwam er zo langzamerhand een beetje normale hond tevoorschijn.
Zijn karakter veranderde niet, heel lief, zeker niet erg slim, maar o zo blij en vrolijk. Tijdens één van onze vakanties merkten we dat hij heel goed kon graven en dat deed hij dan ook, zodra we in een veld of bos waren. Zwemmen kon-ie ook als de beste, en wandelen? Onvermoeibaar was hij en... hij bleek een echt maatje voor Suus.

 

 

Het was heerlijk om te zien hoe ze beiden, ná een lange wandeling, zalig lagen te slapen. Suus opgerold als een echte dame en Carlos ongegeneerd op z'n rug, vier poten zijwaarts, zijn kale buik bloot en met een groot stuk tong uit zijn bek; die tong kon soms wel acht of negen centimeter uit zijn bek hangen.
Als hij dan veel later dan Suus wakker werd, dan leek het of hij wilde zeggen: "Hé, is er wat, heb ik wat gemist, ister wat gebeurd?"
Sja, Carlos.... maar, hoe lief hij ook was, niemand, maar dan ook niemand moest aan zijn etensbak komen, die was alleen voor hem. Grommend verdedigde hij zijn lekkere eten.
Toch, één keer op een vakantie werd hij zo erg verliefd op een aardig teefje, dat hij haar zowaar uit zijn bak liet eten.
Maar dat was eens, maar nooit weer!

 

Eens op een wandeling kwamen we een man tegen, die ons vol vreugde vertelde hoe heerlijk hij het vond om eindelijk weer eens een echte originele Friese Wetterhoun tegen te komen, eentje van het oude ras, bruin (of zwart) met korte poten.
Het was er een die hij, vroeger, thuis in Friesland, zo vaak had gezien. Carlos bleek een jachthond te zijn voor mollenvangst en dergelijke.
We waren een beetje verbaasd, Carlos een echte rashond! Een echt Wetterhoun!
Ach... leuk om te weten, maar voor ons was en blijft hij altijd onze blije, lieve, vrolijke, niet zo slimme, bruine krullebol!