De cirkel is rond

De cirkel is rond

Door Henny Koene

 

Het is eind augustus 1957. We wonen en werken in Californië, waarheen we geëmigreerd zijn. Mijn baas doet mij een puppy cadeau. Het is een Sheltie (Shetland Sheep dog), een herdershondje van zestien weken. Mijn man en ik zijn er verrukt van.
Alleen hebben we nog geen persoonlijke ervaring met puppy's. Wij voeden haar desalniettemin op en noemen haar Fortune. Nomen est omen*, zijn naam met recht dragen, het voorteken, denken we. We willen immers een goed inkomen krijgen en idealistisch als we zijn - ik ben 25, mijn man is 23 - hopen we dat we fortuin zullen maken.

Het teefje groeit voorspoedig op en wordt een volwassen hond. We beleven veel plezier aan haar. Ze gaat overal mee naartoe. Als we werken is ze de hele dag alleen thuis en sloopt van alles en nog wat. Ze kan niet alleen zijn. Dus we nemen er een poes bij en het hele dagen blaffen blijft achterwege. Er komt nog een katertje bij. De poes krijgt kittens; niet van onze kater, maar van een avontuurtje.

Als Anouchka, de poes, even een ommetje buiten wil maken, draagt ze alle kittens bij hun nekvel in haar bek naar Fortune's mand. Daar kruipen ze tegen haar aan, zodat Fortune zich niet kan verroeren of bewegen. Ze worden warm gehouden en goed verzorgd door de Sheltie.
Als we elf jaar later, in 1968, naar Nederland terugkeren, neemt mijn moeder Fortune mee in het vliegtuig. Het is februari. Fortune is niet gewend aan de kou. Dus kopen we een winterjas voor haar. Ze leeft nog tot augustus. Dan is de diagnose: uitgezaaide kanker van de tepels naar de longen. We laten haar inslapen, maar vergeten hebben we haar nooit.

Augustus 1998. Ik maak kennis met Jack de Jongh van de stichting Pup in Nood. Als voorzitter houdt hij een lezing in de manege van de Bosjes van Pex in Den Haag. Hij is met Carla per ambulance gekomen. Ik vraag hem of zij een hondje voor me hebben. Niet op dat moment.

 

Een paar weken later word ik opgebeld, omdat hij een Yorkshire Terriër van vier maanden en drie weken heeft. Per trein reis ik naar Amsterdam, waar de stichting huist. Hij brengt ons, Laila en mij, 's avonds met de puppielance naar huis in Den Haag.
Laila is op 3 april dit jaar drie jaar geworden en is klein, maar fijn: een schatje van een hond van 3,9 kilo

 

 

 

Op 1 april 2001 ben ik weer in Amsterdam ten huize van de stichting om een bestuursvergadering bij te wonen. Jack haalt me met de puppielance af van het Centraal Station. Op weg naar zijn woning vertelt hij me een dag eerder een Sheltiepup heeft binnengekregen. Een gezin met kind, dat het niet aankon, doet afstand van de pup aan de Pup in Nood. Het is een reu, die Lassie genoemd werd. Als ik met Jack bij Carla en hun eigen Yorkshire Terriërs binnenstap, luid begroet door het roedel, zie ik het evenbeeld van mijn Sheltie, Fortune, in mannelijke uitvoering. Ik zeg: "Ik neem hem mee; ik ben verkocht" en weer worden we 's avonds door Jack met de nog geen twaalf weken oude Sheltie en Laila thuisgebracht. Ik heb hem REXy genoemd. De Griekse "Y" erachter, omdat hij nog zo'n kiendopje is. Als hij volwassen is, wordt zijn roepnaam REX (koning) om aan te duiden wat een fiere en parmantige hond hij is.

Nu zitten wij sinds één week op een puppycursus. Ik moet van Rexy leren en hij van mij. De hond weet alles wel, maar de baas niet. De baas moet 'hond met de hond worden' om elkaar goed te doorgronden , te leren kennen en aanvoelen. Dat kost inspanning. We moeten wederzijds respect voor elkaar krijgen. Hij is nu in het stadium van leren zitten op het commando: 'ZIT', te volgen op het commando: 'VOLG' door eerst zijn naam te noemen en dan het commando te geven. Als hij mag BLIJVEN zitten, krijgt hij zonder zijn naam eerst te zeggen het commando: 'BLIJF'. Dan ga ik vóór hem staan. Hij doet het wel goed, maar ik moet consequenter leren zijn.

Rexy is vandaag, koninginnedag, op de dag af zestien weken oud en we gaan nog een heerlijke tijd tegemoet. Laila en Rexy genieten van elkaar, ravottend, spelend en dravend door het huis. Elke avond hebben ze een 'renuurtje'. Ze dartelen heel wat af en slapen soms in één mand. We vormen samen een hecht roedel en hebben dolle pret. Omdat ik inmiddels op weg naar de zeventig ben, word ik vlugger moe en rol ik 's avonds letterlijk om van de slaap. Maar wat is het dankbaar om dierbare honden te mogen hebben. Ze houden me jong en in beweging, verlagen de bloeddruk en verhogen de levenslust. Om het zindelijk maken wat te bespoedigen, slaapt Rexy, het kleine bolletje wol met zijn majestueuze vacht, in een bench op bed. Laila ligt bovenop het dekbed. Ze geven geen kik. De nachten zijn dus lang en rustig. Omdat Rexy zijn eten en drinken ook in de bench krijgt, vindt hij het een heerlijk veilig plekje. Het is ZIJN huisje! Hij kwam in mijn leven op l april. Dat is geen mop. De cirkel is rond!!