Blacky

Blacky

De hondentaken in een mensenfamilie
Voor alle honden en hun baasjes

Door Jeanet Smid

 

 

Ik ben een klein zwart hondje. Mijn ras is bij mijn vrouwtje niet bekend. Ze zegt dat ik een mengelmoesje ben maar mijn naam is Blacky en ik ben zes jaar.
Ik houd van mijn mensenfamilie. Neem nu mijn vrouwtje; ik doe goed mijn best om mijn vrouwtje gezelschap te houden. Een taak voor mij dus. Als ze even gaat zitten ga ik wel bij haar op schoot, gezellig toch? Maar, ja, ze zit nooit stil, dat mens. Zit je net lekker op schoot en begin je net met een droom over een lekker botje, moet ze weer nodig in de keuken zijn.
Dus ik in de achtervolging; tja, je weet maar nooit…  misschien maakt ze wat lekkers klaar en valt er wat op de grond. Er moet toch iemand de vloer schoonhouden? En die taak heb ik maar op me genomen. Waar vrouwtje gaat, ga ik ook.  Er moet toch ook iemand over mijn vrouwtje waken? Ook mijn taak dus.

O, ja, dan is er ook nog een mensenkind bij ons in huis. Die persoon is er volgens mij om met mij te spelen. Ik heb dan (denk ik) even pauze van al dat zware werk wat ik doe. Want ze speelt heel veel met mij. Wij gaan ook geregeld wandelen en fietsen; en dan mag ik in het mandje met mijn neus lekker in de wind.

 

 

En dan hebben we nog een figuur in huis, ze noemen hem mijn baasje. Nou, dat kan hij wel denken van mij, maar als er iemand de baas is, ben ik dat. Ik moet tenslotte vrouwtje bewaken als hij er niet is! Maar als baasje ‘s avonds op de bank ligt en naar de tv kijkt, dan mag ik ook wel eens lekker bij hem op de buik liggen. En dat doe ik dan met plezier, want ik denk dat hij ook graag wat aandacht van mij wil, en dat doe ik graag, hoor. Als baasje  ‘s morgens weggaat, krijg ik tenslotte ook altijd een koekje van hem.
Zo zie je maar dat je als klein hondje bij de mensen, ook zo je taken hebt te doen. Maar ik heb tenslotte wel een leuk en goed leven. Helaas kunnen niet alle honden dat zeggen. Een tijdje geleden heb ik een verhaal gehoord van een andere hond... daar gaan je haren recht van omhoog staan.
Nee, daar moet je toch niet aan denken… aan al dat verdriet en pijn van die hondjes die dat overkomen.
Er zou voor eens en altijd een einde aan moeten komen.  Helaas zijn we daarvoor  weer afhankelijk van de anderen.Het is maar goed dat er personen voor ons opkomen anders ging het nog veel meer mis.

Ik wil in ieder geval alle personen die voor die hondjes opkomen bedanken; jullie hebben een goed hart voor ons dieren.
Gelukkig heb ik het voorrecht om in een gezin op te groeien; met alle verzorging die een hondje als ik nodig heeft.
En dit hondjes en baasjes,  was mijn verhaal. Ik ga nu gauw weer voor mijn mensen zorgen. Want ze kunnen nooit lang zonder mij.

Een poot voor iedereen,

Blacky