Het lot van een broodfokteefje

Het lot van een broodfokteefje - door Albertine

Vandaag heb ik een heel mooi klein meisje op de wereld gezet. Ze is zo mooi en zacht, ik kan er de hele tijd wel naar kijken. Ik hoef nu niet met de andere hondjes in een hokje, maar ik mag apart liggen met mijn pupje. Ik poets haar de hele dag zodat ze mooi schoon blijft, want eerlijk gezegd is het hier niet erg comfortabel. Gelukkig liggen we onder een warmtelamp want meer dan een koude kale vloer is er niet.

 

Mijn meisje is nu drie weken oud. Ik hoor voetstappen. Zou mijn baasje mij eten komen brengen? Hij pakt me bij mijn nekvel en haalt me weg bij mijn kleine meisje. Ik spartel en begin luid te blaffen waarop ik een klap tegen mijn koppie krijg. Ik word bij de andere honden in het hok gegooid. Ik hoor mijn pupje piepen en word erg verdrietig bij de gedachte dat zij daar zo alleen ligt. Maar ja, zo gaat dat elke keer, als de pupjes drie weken zijn moeten wij, moeders, er overdag vanaf. Want hoe eerder de pups zelfstandig leren eten, hoe eerder de tandjes doorkomen zodat ze zo spoedig mogelijk aan de handelaar verkocht kunnen worden. De dag duurt lang, eindelijk is het zes uur en mag ik weer naar mijn meisje toe.
Ze is helemaal blij en erg hongerig. Tja ze kan natuurlijk nog niet van die harde brokjes eten en het blikvoer, daar is ze ook nog te klein voor, arme pup. Kkom maar gauw bij mij en eet je buikje maar rond. Zo gaat het vanaf nu elke dag, langzaamaan leert mijn meisje eten.
De tijd die we nog met elkaar hebben is kort. Ik word vreselijk verdrietig als ik aan ons gedwongen afscheid denk, want dat zit er aan te komen. Ik druk haar met mijn snuitje dicht tegen me aan, ik wil niet dat ze weg gaat, de grote boze wereld in.

Dan is het zover. Ik hoor voetstappen en mijn baasje is niet alleen. Ik ben bang, mijn kleine meisje ligt tevreden en niets vermoedend tussen mijn voorpootjes te slapen. Ik buig mijn koppie beschermend over haar heen. Dan gaat de deur open, een grote hand komt op me af, ik begin te grommen en laat mijn tanden zien. Deze keer gaat het ze niet lukken! Dan bijt ik hard in de hand van mijn baasje. Ik hoor hem vloeken en hij roept: “Rothond!” en vervolgens krijg ik een schop. Versuft kom ik in een hoek terecht. Ondertussen heeft hij mijn kleine meisje te pakken. Ik hoor haar piepen en probeer weer overeind te komen, maar mijn pootjes doen het niet meer. Dan wordt de deur dichtgekwakt en ik blijf alleen en vol van verdriet achter. De andere keren dat mijn pupjes me af werden genomen werd ik meteen weer bij de andere honden gezet, maar deze keer moest ik alleen blijven. Zachtjes, treurend en met een gekneusd lichaam blijf ik in de hoek liggen.

 

Hoe zou het mijn kleine meisje vergaan? Ik weet dat zij naar Frankrijk gaat met vele soortgenootjes die door het hele land weggehaald worden bij hun moeders, niet ingeënt en vaak niet ontwormd gaan zij een onzekere tijd tegemoet. Vele redden het niet en gaan dood tijdens het transport. Ze gaan in een bestelbusje zonder eten of drinken. Ze worden in Frankrijk in een schuur gedumpt en vandaaruit worden ze weer verkocht. Uiteindelijk komen ze in dierenwinkels terecht waar ze voor grof geld aangeboden worden.

Opnieuw hoor ik voetstappen en stemmen, weer gaat de deur open. Ik hoor mijn baasje zeggen dat ik een waardeloze hond ben en niet genoeg pupjes baar en dat ik maar weg moet. Ik word in mijn nekvel gegrepen en in een doos gestopt. Mijn baasje geeft de doos aan de man die bij hem is en langzaam word ik verwijderd van de voor mij zo vertrouwde omgeving. Ik word achter in de kofferbak gezet.

Ik hoor vreemde geluiden en ik kruip in elkaar van angst. Na een poosje stopt de auto, de kofferbak gaat open en de doos wordt opgepakt. Het is erg donker maar dan maakt de vreemde man een deur open en zet de doos op de grond. Hij maakt de doos open zodat ik eruit kan maar ik durf niet en blijf in elkaar gedoken zitten. Dan gaat hij weg en gooit de deur dicht. Na uren in de doos te hebben gezeten kijk ik over het randje en besluit om er uit te springen. Wat een vieze bende hier, overal ligt troep en het is er koud. Ik heb dorst en ga op zoek naar water, in een hoekje staat wat bruinig water waar ik van drink. Ik heb intussen ook honger gekregen maar nergens zie ik brokjes. Treurig zoek ik een plekje op waar ik mezelf oprol, denkend aan mijn pupje en wat er komen gaat.

De volgende dag gaat de deur open en worden er een paar sneetjes brood naar mij toe gegooid. Als de deur weer dicht gaat durf ik naar het brood te lopen en eet het gulzig op. De dagen duren lang af en toe krijg ik wat te eten, de stank wordt steeds erger, overal ligt poep en plas dat wordt ook niet opgeruimd zoals mijn ex-baasje dat wel vaak deed.

 

Op een morgen word ik wakker terwijl mijn oogjes jeuken en vol pus zitten. Ik probeer met mijn pootjes mijn oogjes schoon te maken, wat niet of nauwelijks lukt. Ik heb het koud en ril over mijn hele lichaam. Mijn haar is al behoorlijk gegroeid en plakt aan het pus bij m’n oogjes en ik kan bijna niets zien. Mijn wereldje wordt nog kleiner want de klitten belemmeren mijn uitzicht en nu zie ik niks meer. Voorzichtig ga ik op zoek naar water en struikel over de troep. Nadat ik eindelijk wat heb gedronken kruip ik weer in een hoekje, wachtend op wat komen gaat. Dagen gaan voorbij, vaak zonder eten. Langzaam kwijn ik weg, ik wil hier weg!

Op een dag hoor ik de stem van mijn nieuwe baasje en nog een vrouwenstem. Die laatste klinkt prettig. De deur gaat open en mijn baasje zei: “Kijk, hier zit een mooi Yorkje, die mag je voor weinig hebben.”
Voetstappen komen dichterbij, een vriendelijke stem zegt lieve woordjes tegen mij en ik krijg een voorzichtige aai over mijn bolletje. Ik kan haar niet zien maar ik vind haar al meteen aardig en geef haar een lik over haar hand.
Dan vraagt ze aan mijn baasje: “Wat wilt u voor haar hebben?”
Hij zegt dat hij 100 euro wil hebben.
De vrouw zegt tegen mij: “Jij gaat met mij mee, kleintje.”
De man zegt: “Stop haar maar in deze doos,” maar mijn nieuwe vrouwtje zegt dat dat niet nodig was en tilt mij voorzichtig op en houdt  mij dicht tegen zich aan. En dat terwijl ik toch echt vies ben, hoor; mijn ontlasting zit aan mijn achterste geplakt, maar daar geeft ze niets om. Ze loopt met mij naar haar auto. Daar word ik in een reisbench gezet. Er ligt een lekker zacht dekentje en dat doet mijn stijve pootjes goed. Dan rijden we weg.

Na ongeveer een uurtje stopt de auto, ik word uit de bench gehaald en mijn nieuwe baasje brabbelt allerlei woordjes zoals dat ik haar kleine schatje ben en dat ze van mij weer een mooi hondje zou gaan maken. We gaan een huis binnen waar het behaaglijk is. Dan gaat ze met mij een kamertje in en zet mij op een tafel. Ik hoor het geluid van een tondeuse. Dat ken ik, dus ik weet dat mijn haartjes eraf gaan. Dat is ook nodig want ik ben een grote klittenbol geworden. Heel rustig en geduldig wordt ik geschoren en voorzichtig knipt ze het haar rond mijn oogjes weg. Dat is een hele klus want er zit allemaal pus tussen. Langzamerhand wordt het steeds lichter. Ik kan nog niet goed tegen het licht en knijp mijn oogjes tot een spleetje.
Als al mijn haar er af is, stopt mijn vrouwtje mij in bad en droogt me daarna met een zachte handdoek af. Daarna wordt ik helemaal droog geblazen door een heerlijke warme wind en in een zacht mandje gelegd.
Ik wist niet wat me overkwam! Dit baasje is zo voorzichtig en lief voor me! Ik vind mijn nieuwe omgeving en de geluidjes nog wel een beetje eng, maar durf toch te gaan slapen. Ik ben ook erg moe van alles.

 

Ik wordt wakker van een aangename lucht. Er staat een bakje voer naast mijn mandje en vers schoon water. Verdrietig door het verlies van mijn pupje maar dankbaar voor al het goeds dat mij nu overkomt, eet ik gulzig mijn bakje leeg om daarna weer vredig in mijn heerlijke nieuwe mandje te gaan liggen.
Mijn vrouwtje gaat naast mij zitten en zegt lieve woordjes tegen mij. Ik hoor haar zeggen dat ik nooit meer weg hoef. Ze streelt mij en zegt dat ik haar hartje gestolen heb.
Vele nieuwe avonturen staan mij te wachten, ik moet nog aan veel dingen wennen, maar mijn vrouwtje helpt mij hierbij.
Dit is mijn verhaal, ik mag in mijn pootjes wrijven dat ik het uiteindelijk zo goed getroffen heb, maar vele soortgenootjes brengen het er niet zo goed vanaf.

Dit is de harde realiteit, hopelijk zet het de mensen aan het denken. Wij zijn wezentjes met gevoel en geen machines. Ook wij hebben recht op een liefdevol leven!

Een dankbaar pootje van Saartje